Zeven goede voornemens voor het Sociaal Domein in 2016

Decentralisaties in het Sociaal Domein

Groningen: 14 december 2015
Deze notitie is ook pdf beschikbaar.

Zeven goede voornemens voor het Sociaal Domein in 2016

Of de decentralisaties in het Sociaal Domein geslaagd zijn of niet is vooral een politieke vraag. Het antwoord daarop zal vermoedelijk pas over een paar jaar gegeven kunnen worden. Dat gemeenten en zorgaanbieders het afgelopen jaar hard gewerkt hebben aan de decentralisaties is echter een feit evenals de discussies die nu nog gaande zijn over contractering (sturing), prestaties en verantwoording.

Er zijn dus lessen te trekken uit het eerste jaar. Bijgaand hebben we die vertaald in een aantal goede voornemens voor 2016.

  1. Sturen doe je samen
    In het verkeer niet het beste plan, maar in het sociaal domein ligt dat anders. De hoeveelheid partijen waarmee gemeenten samenwerken is groot. Niet alleen de samenwerking met andere gemeenten, bijvoorbeeld in een regioconstructie, zorgaanbieders van diverse omvang en professionaliteit en niet te vergeten diversiteit in cliënten vraagt om een maatwerkaanpak per beleidsterrein. Dat betekent dat meerdere sturingsconcepten nodig zijn om het doel te bereiken. Welke sturing het beste is, is een onderwerp van gesprek met alle betrokken partijen.
  1. Er is meer in de wereld dan het sociaal domein
    Het sociaal domein is breed en veelomvattend, maar is er is meer aan de hand. Het sociaal domein is een keten in de ontwikkeling van de samenleving. Dat begint bij het onderwijs, bij taalachterstanden en bij het Passend Onderwijs. De digitalisering van maatschappij verandert de definitie van sociale participatie. Achter de geraniums is ook Wifi beschikbaar en dat vraagt nieuwe initiatieven. De bibliotheken transformeren ook. Deze situatie vraagt om een totaalvisie, terwijl nu op onderdelen geconcentreerd wordt.
  1. Neem de tijd
    Gemeenten klagen veel over de korte voorbereidingstijd die ze van het Rijk hebben gekregen om de Decentralisaties voor te bereiden. Onder het mom van “wat gij niet wil dat u geschiedt…” moeten gemeenten en zorgaanbieders er voor waken niet zelf ook die fout te maken.
  1. Transitie en transformatie staan los van elkaar
    De transitie is zo goed als afgerond is een veel gehoorde kreet. Als dat zo was dan zouden de verantwoordingsproblemen die nu nog spelen allang opgelost zijn. Niets is minder waar. Er moet nog genoeg gedaan worden aan de transitie. Dat betekent niet dat de transformatie moet wachten. Niet alles kan tegelijk maar de budgetkortingen, vooral na het jaar 2016, zijn fors en noodzaken tot een andere manier van werken. Het aantal innovatieve projecten is nu nog relatief beperkt. Het echte ‘disruptive thinking’ moet nog beginnen.
    De eerste stap daarin is het loslaten van het oude. Daarvoor is nodig dat de Raden ruimte scheppen in de regels om anders te werken. Nu is dat vaak nog niet geregeld.
  1. Weet wat je meet…maar heb je het ook nodig?
    Gegevens zijn mooi, maar je hebt informatie nodig. In het digitale tijdperk wordt vaak gedacht dat alle gegevens nodig zijn voor het maken van keuzes. Focus op de meeste waardevolle informatie en maak daar een heldere set aan prestatiecriteria van en stuur daarop. Houdt rekening met wat de gemeente wil, de aanbieder kan leveren en de accountant nodig heeft, en ga daar vooraf over in gesprek. De afspraken voor 2016 moeten nù duidelijk zijn en niet pas in de komende zomer.
  1. Evalueer op tijd en leer ervan
    Late contractering voor het nieuwe jaar heeft voordelen, zo weten we uit de onderhandelingen tussen zorgverzekeraars en ziekenhuizen. Het creëert echter ook onzekerheid en onzekerheid belemmert andere processen zoals innovatie. Een goede evaluatie op alle niveaus van cliënt tot Raad is essentieel om de juiste bijstellingen voor de toekomst te doen.
  1. Durf te kiezen
    Dat geldt voor zorgaanbieders en gemeenten. Kies in beleid; wat doe je wel en wat nadrukkelijk niet (meer). Maar dat geldt ook voor zorgaanbieders. Sommige gemeenten kiezen juist voor een kleinschalige, lokale maatwerk aanpak en daar passen thuiszorg-reuzen niet in. Voor sommige zorgaanbieders zal een duidelijke keuze in portfolio van activiteiten nodig zijn om succesvol te blijven.