Modernisering Vennootschapsbelasting voor overheidsbedrijven

Groningen: 19 augustus 2015
Deze notitie is ook pdf beschikbaar.

Modernisering Vennootschapsbelasting voor overheidsbedrijven

Mede onder druk van de Europese Commissie worden overheidsbedrijven met ingang van 1 januari 2016 vennootschapsbelastingplichtig. Het wetsvoorstel maakt in beginsel alle overheidsbedrijven belastingplichtig als zij opereren in een markt waar ook private partijen zaken doen. De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel op 26 mei jongstleden goedgekeurd. U bent daar vast al volop mee bezig. Misschien helpt deze notitie daarbij. In deze notitie proberen wij antwoorden te geven op de volgende vragen:

  1. Wat zijn overheidsbedrijven?
  2. Voor welke overheidsbedrijven gaat het gelden?
  3. Wat zijn de consequenties?
  4. Afsluiting

1. Wat zijn overheidsbedrijven?
De aanhef van de wettekst stelt dat het gaat om directe overheidsondernemingen: “Ondernemingen die worden gedreven door publiekrechtelijke rechtspersonen”, dan wel om indirecte overheidsondernemingen: “Volledig door publiekrechtelijke lichamen beheerste privaatrechtelijke lichamen”.

Een onderneming is een duurzame organisatie van arbeid en kapitaal, die deelneemt aan het maatschappelijk verkeer met het oogmerk voordelen (of overschotten) te behalen. Indien geen voordeel wordt beoogd, maar wel structureel voordeel wordt behaald, dan wel indien in concurrentie wordt getreden met andere belastingplichtigen, dan is eveneens sprake van een in principe belastingplichtige activiteit.

Een gemeente is een goed voorbeeld van een publiekrechtelijk lichaam. Gemeenten hebben allerlei wettelijke taken, maar er zullen ook activiteiten worden uitgevoerd die vallen onder het begrip “onderneming”. Daarbij kan het gaan om verschillende “los” staande activiteiten, die ieder voor zich als onderneming kwalificeren. Voor de vennootschapsbelasting vormen dan al deze activiteiten gezamenlijk één onderneming.

Simpel gesteld: Of u nu gemeente bent, provincie, GR, non-profit instelling, of welke verschijningsvorm of rechtspersoon dan ook, de aard van uw activiteiten is bepalend voor de vraag of u al dan niet zult gaan vallen onder de nieuwe Vpb-plicht.

2. Voor welke overheidsbedrijven gaat het gelden?

Met ingang van 2016 gaan publiekrechtelijke rechtspersonen “voor zover zij een onderneming drijven” (artikel 2 lid g van wet VpB) vallen onder de werking van de wet. Vertaald in normaal spraakgebruik betekent dit dat de hele publieke sector onder de werking gaat vallen, behalve voor hun wettelijke publieke taken. Dus gemeenten, samenwerkingsverbanden van gemeenten, provincies, waterschappen, overheids NV’s en BV’s en dergelijke vallen hier onder.

De volgende lichamen zijn expliciet vrijgesteld:

    • Ziekenhuizen
    • Onderwijsinstellingen
    • Specifiek benoemde havens (de NV’s Groningen, Amsterdam, Rotterdam, Moerdijk, Den Helder en Zeeland

3. Wat zijn de consequenties?

Publiekrechtelijke lichamen moeten nagaan of ze activiteiten ontplooien die kwalificeren als onderneming. Ze zullen hun activiteiten moeten inventariseren en kwalificeren als “overheidstaak”, ”onderneming belast”, dan wel “onderneming vrijgesteld”. Dat komt er op neer dat per activiteit een aantal vragen moet worden beantwoord. Indien alle vragen met “ja” moeten worden beantwoord, dan is er sprake van een onderneming.

De vragen luiden:

  1. Is de activiteit gebaseerd op wettelijke voorschriften (handelen we als “overheid”). Indien “ja”, dan is er geen sprake van een onderneming. Voorbeelden zijn: Paspoortverstrekking, brandweertaken, inzamelen particulier huisvuil.
  2. Is er een duurzame organisatie van arbeid en kapitaal? (het antwoord op deze vraag is over het algemeen “Ja”)
  3. Is er sprake van deelname aan het economisch verkeer? Bij interne prestaties is er geen sprake van deelname aan het economisch verkeer en is dus ook geen sprake van een onderneming.
  4. Worden voordelen beoogd, dan wel structureel behaald?
  5. Geldt er een vrijstelling?

Als na beantwoording van deze vragen de conclusie luidt dat er sprake is van ondernemersactiviteiten die niet zijn vrijgesteld, dan is er sprake van belastingplicht. Dan komen er vraagstukken aan de orde inzake vermogensetikettering (welke vermogenscomponenten rekenen we toe aan de ondernemersactiviteiten), willen we de onderneming in een afzonderlijke rechtspersoon onderbrengen of niet, het opstellen van een fiscale beginbalans, kostentoerekening tussen ondernemers- en niet ondernemersactiviteiten en het doen van aangifte.

Kortom, het betekent nogal wat. Zaak om, als dat nog niet is gestart, snel aan de slag te gaan!

4. Afsluiting

Heeft u vragen over de gevolgen van de belastingplicht voor uw organisatie neemt u dan gerust contact op met dan kunt u contact opnemen met de Hofsteenge Zeeman Groep via sietse@hofsteengezeeman.nl (of op 06 – 52 89 40 85), dan wel erik@hofsteengezeeman.nl (of op 06 – 52 34 12 25).